20260126-Open-brief-aan-formateur-plus-samenvatting-KE-hernieuwbaar
Doorpakken op de energietransitie, met realistische blik
Sinds enige jaren lijkt de energietransitie te stagneren. Niet alleen hebben we te maken met prijsstijgingen zodat bijvoorbeeld windparken op zee niet meer subsidievrij van de grond komen, maar ook blijkt het lastiger dan gedacht om maatwerkafspraken met de industrie te maken.
Er is nog veel academisch debat over de stevigheid van het wetenschappelijke fundament over het Nationaal Plan Energiesysteem 2050. De gekozen energiemix gaat bij lange na niet voorzien in de benodigde energiecapaciteit voor 2050. Daarbij trokken onlangs nog hoogleraren uit Delft en Aarhus aan de bel met de waarschuwing dat Nederland zich rijk rekent aan de opbrengst van windparken op zee.
Het gevaar van je rijk rekenen aan de opbrengsten van wind op zee is (1) dat je te weinig opwekcapaciteit inregelt om in 2050 "het licht aan te kunnen houden". En (2) het mogelijk is dat je in de modellen wind op zee met te gunstige aannames hebt bevoordeeld, waardoor andere bronnen die ook een bijdrage kunnen leveren zijn benadeeld.
Het moment is gekomen dat de politiek het academische debat inruilt voor visie en daadkracht. De energietransitie is te belangrijk om te laten mislukken. We moeten toewerken naar realistische en betaalbare oplossingen die daadwerkelijk leveren wat nodig is voor een duurzaam, economisch gezond en minder importafhankelijk Nederland en Europa. Zo bouwen we aan de behoeften van de Nederlandse burger, en geven we een fundament voor een vitale basisindustrie met strategisch belangrijke sectoren.
Wij roepen daarom de formerende partijen op om naast het inzetten op wind op zee in de energiemix de bijdrage van kernenergie te vervijfvoudigen, van 7 GW in 2050 in het huidige NPE naar 35 GW. Maar vooral: het ontwikkelen van kernenergie moet "in een hogere versnelling". Twee grote kerncentrales in het NPE 2050 is een druppel op de gloeiende plaat.
Onze aanbevelingen:
- Aan het einde van de huidige kabinetsperiode moet de bouw begonnen zijn van de eerste vier grote kerncentrales. Verder wordt ingezet op een uitbreiding naar de volgende vier grote units.
- Het Rijk moet gemeenten en provincies die interesse hebben in het bouwen van een SMR daarin faciliteren, zodat zij daarmee aan de bestaande verplichtingen van de RES en de nieuwe warmtewet kunnen voldoen.
- Stuur in de EU aan op een einde van de beleidsmatige discriminatie van kernenergie, door opname van kernenergie in de Renewable Energy Directive (RED). Erken daarmee dat kernenergie in feite voldoet aan de definities van 'Duurzaam' (Brundtland, 1987) en 'Hernieuwbaar' (IPCC SREN, 2011).
Met vriendelijke groet,
Gijs Zwartsenberg, Stichting e-Lise
Olguita Oudendijk, WePlanet Nederland
Wim Fleuren, Atoomcoöperatie
Kernenergie duurzaam én hernieuwbaar?
Waarom kernenergie aan beide definities voldoet
Jan Rhebergen
Januari 2026
Samenvatting
Dit document beargumenteert dat kernenergie met kweektechnologie voldoet aan de geaccepteerde wetenschappelijke definities van zowel duurzaamheid (Brundtland) als hernieuwbaarheid (IPCC). De classificatie als "niet-duurzaam" of "niet-hernieuwbaar" is een politieke keuze, geen wetenschappelijke conclusie.
Definities
Als uitgangspunt nemen we de gevestigde internationale definities:
Duurzaam (Brundtland, 1987)
Voorzien in huidige behoeften zonder toekomstige generaties te beperken.
Hernieuwbaar (IPCC SRREN, 2011)
Energie uit natuurlijke processen die voortdurend worden aangevuld.
Kort gezegd: duurzaam betekent geen noemenswaardige impact op toekomstige generaties; hernieuwbaar betekent doorlopend aangevuld op beschavingsoverstijgende — misschien zelfs geologische — tijdschaal.
Conventioneel hernieuwbaar
De bronnen die conventioneel als hernieuwbaar worden aangemerkt zijn zon, wind, waterkracht, geothermie en biomassa. Hun energie wordt min of meer doorlopend aangevuld, hoewel niet altijd beschikbaar. Maar voor het oogsten van deze energie is techniek nodig, afhankelijk van materialen die gedolven moeten worden — met impact op het milieu.
Het UNECE-rapport (2022) toont aan dat kernenergie de laagste lifecycle-emissies (5.5 g CO₂-eq/kWh) én de laagste materiaalvoetafdruk heeft van alle technologieën. Dit betekent per Brundtland: minimale impact op toekomstige generaties — kernenergie is daarmee aantoonbaar duurzaam.
Kernenergie en uranium
Uranium komt in de aardkorst voor in vergelijkbare hoeveelheden als tin — circa 2.8 ppm versus 2.3 ppm. Tin wordt grootschalig gebruikt in zonnepanelen, windturbines en elektronica. Waar kernenergie afhankelijk is van uranium, is zonne-energie afhankelijk van tin met vergelijkbaar voorkomen.
De geochemische cyclus
Uranium wordt continu opgelost door verwering en komt in de oceaan terecht:
- 4,5 miljard ton uranium opgelost in de oceanen (concentratie: 3.3 ppb)
- 10.000 ton/jaar stroomt via rivieren de oceaan in (aanvulling)
- 8.000–14.000 ton/jaar "verdwijnt" via sedimentatie
Dit is een geochemisch evenwicht: input en output zijn in dezelfde ordegrootte, waardoor de concentratie al honderdduizenden jaren constant blijft (verblijfstijd: 320.000–560.000 jaar). Zolang extractie onder de natuurlijke aanvulling blijft, blijft dit evenwicht intact. Dát is hernieuwbaarheid per definitie.
Met filtertechnieken is uranium uit zeewater winbaar. De laboratoriumkosten zijn gedaald van $560/kg (2014) naar $81–86/kg (2020).
Kweekreactoren
Met kweekreactoren maak je met een beperkte aanvangshoeveelheid extra splijtstof. Dit is geen science fiction maar commerciële realiteit: de Russische BN-600 (600 MWe) levert al 45 jaar elektriciteit aan het net.
Kweekreactoren verhogen de uraniumbenutting met factor 20. Waar een conventionele reactor <1% van het uranium benut, haalt een kweekreactor >90%. Met een kweekratio van 1,25 (gedemonstreerd in EBR-I, Phénix en Superphénix) groeit de brandstofvoorraad exponentieel.
De filosofische vraag
Men zou kunnen stellen dat dit er niet toe doet omdat we kweken nog niet grootschalig hebben geïmplementeerd. Dat roept een vraag op:
Was zonne-energie hernieuwbaar voordat we het konden oogsten met zonnepanelen?
Zonnecellen werden pas midden jaren '50 ontwikkeld, en waren aanvankelijk niet bijster bruikbaar.
Tegenwerping: "De zon is de hernieuwbare bron — die produceert continu energie. Uranium groeit niet terug."
Antwoord: Uranium wordt wél continu aangevuld via de geochemische cyclus. De rivier-naar-oceaan flux van 10.000 ton/jaar is vergelijkbaar met zonnestraling: een continue stroom die we kunnen oogsten. Ook de zon raakt ooit op — over 5 miljard jaar. Het gaat niet om "oneindig", maar om tijdschalen. Met kweektechnologie en oceaanuranium: 100.000+ jaar — langer dan enige menselijke beschaving.
Is het antwoord ja (zon was hernieuwbaar vóór zonnepanelen) — dan geldt hetzelfde voor kernenergie. Is het antwoord nee (pas hernieuwbaar na technologie) — dan is het een kwestie van tijd en implementatiewil. Beide antwoorden leiden tot dezelfde conclusie.
De geothermische paradox
Geothermie staat te boek als hernieuwbaar. Maar geologen schatten dat 40–50% van de aardwarmte veroorzaakt wordt door radioactief verval van uranium, thorium en kalium in de aardkorst (Davies & Davies, 2010). Als radioactief verval in de aardkorst hernieuwbaar is — en dat is de basis van geothermie — waarom is uranium in een reactor dan niet hernieuwbaar? De bron is dezelfde; slechts het mechanisme verschilt.
Tegenwerping: "Natuurlijk verval is iets anders dan kunstmatige splijting."
Antwoord: Voor de definitie van hernieuwbaarheid is dat irrelevant. De vraag is of de hulpbron wordt aangevuld door natuurlijke processen. Dat wordt hij.
Conclusie
Het label "niet-duurzaam" of "niet-hernieuwbaar" wordt gebruikt om kernenergie uit te sluiten, terwijl er goede argumenten zijn voor beide:
Duurzaam (Brundtland):
- Laagste lifecycle-emissies van alle technologieën (UNECE 2022)
- Laagste materiaalvoetafdruk — minimale impact op toekomstige generaties
Hernieuwbaar (IPCC):
- Uranium wordt continu aangevuld door de geochemische cyclus
- Kweektechnologie is 45+ jaar bewezen (BN-600) en verhoogt benutting 20×
- Tijdschalen: 100.000+ jaar (oceaan), honderden miljoenen jaren (aardkorst)
- Geothermie is 40–50% nucleair van oorsprong
De classificatie van kernenergie als "niet-duurzaam" of "niet-hernieuwbaar" is een politieke keuze, geen wetenschappelijke conclusie. De vraag is niet of de feiten kloppen — maar of men bereid is ze onder ogen te zien.
Appendices
A. Berekening kweekreactoren voor wereldenergie
Uitgangspunten
Wereldelektriciteit: 29.000 TWh/jaar (IEA 2023)
Wereld totale energie: 584 EJ/jaar (IEA 2023)
Huidig nucleair: 440 reactoren, 2.600 TWh (IAEA 2024)
Uraniumverbruik (huidig): 67.000 ton/jaar (WNA 2024)
Kweekreactor efficiëntie: 20× conservatief (Cohen 1983)
Zeewateruranium: 4,5 miljard ton (Dunk 2002)
Natuurlijke aanvulling: 10.000 ton/jaar (Dunk 2002)
Duurzame capaciteit uit geochemische aanvulling
Met 10.000 ton/jaar aanvulling en 20× efficiëntie: equivalent aan 200.000 ton/jaar conventioneel = 3× huidig nucleair = ~27% van de wereldelektriciteit, zonder de oceaanvoorraad aan te spreken. De oceaanvoorraad van 4,5 miljard ton is de buffer; de jaarlijkse aanvulling maakt het hernieuwbaar.
B. Veelgehoorde bezwaren
"Proliferatierisico" — Safeguards bestaan; niet relevanter dan bij conventionele reactoren
"Er blijft afval" — Correct, maar opslagtermijn: 300 jaar i.p.v. 100.000+ jaar
"Te duur" — Economisch argument, irrelevant voor fysische definitie
"Duurt te lang" — Buiten scope: dit gaat over duurzaamheid/hernieuwbaarheid, niet snelheid
C. Bronnen
Primaire bronnen:
(1) IPCC SRREN (2011)
(2) Brundtland Commission (1987)
(3) UNECE LCA (2022)
(4) Cohen, Am. J. Phys. 51(1), 1983
(5) Dunk et al., Chem. Geol. 190, 2002
(6) Davies & Davies, Solid Earth 1, 2010
Kweekreactoren:
(7) EBR-I (1951), BR 1,27
(8) Phénix (1973–2009), BR 1,16
(9) Superphénix (1986–1998), BR 1,25
(10) BN-600 (1980–heden), 45 jaar
Samenvatting van duurzaamheids- en hernieuwbaarheidsaspecten uit "Kernenergie: Duurzaam, Hernieuwbaar en Nodig" (101 p.). Volledig rapport op verzoek.
Disclaimer: Dit document vertegenwoordigt de persoonlijke analyse van de auteur. De berekeningen zijn indicatief en bedoeld als ordegrootte-schattingen. Eventuele fouten zijn de verantwoordelijkheid van de auteur. Indien u meent een fout gevonden te hebben, neem gerust contact op via jan@rhebergen.net